tros

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tros
enkelvoud meervoud
naamwoord tros trossen
verkleinwoord trosje trosjes

Zelfstandig naamwoord

tros m

  1. (biologie) bloeiwijze
  2. de bundel vruchten die uit een dergelijke bloeiwijze voortkomen
  3. (scheepvaart) een uit minstens drie kardelen geslagen touw dat dikker is dan een lijn (4 cm omtrek)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie