trossen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tros·sen

Zelfstandig naamwoord

trossen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tros

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.