rost

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rost

Bijvoeglijk naamwoord

rost

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van ros

Werkwoord

vervoeging van
rossen

rost

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    • Jij rost. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    • Hij rost. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van rossen
    • Rost! 

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be