rots

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rots
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘steenmassa’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord rots rotsen
verkleinwoord rotsje rotsjes

Zelfstandig naamwoord

rots v/m

  1. een grote ruwe steen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
Anagrammen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

rots

  1. partitief van de stellende trap van rot

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen