stro

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stro
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stro -
verkleinwoord strootje strootjes

Zelfstandig naamwoord

stro o

  1. (plantkunde) (landbouw) droge bloeistengels van graangewassen
Anagrammen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

stro o

  1. stro
Schrijfwijzen
  • Ook strou en strouw ontstaan uit de buigingsvormen.