trend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trend
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tendens’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord trend trends
verkleinwoord trendje trendjes

Zelfstandig naamwoord

trend m

  1. richting waarin zich iets ontwikkelt
  2. nieuwe mode
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Pools

Uitspraak
  • IPA: /trɛ̃nt/
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

trend m

  1. trend, tendens; richting waarin zich iets ontwikkelt
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking
  • trend
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

trend m

  1. trend, tendens; richting waarin zich iets ontwikkelt
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • trend
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

trend monbezield

  1. trend, tendens; richting waarin zich iets ontwikkelt
    «Existuje celá řada předpovědí, podle nichž propast mezi bohatými a chudými částmi světa se při současném trendu bude zvyšovat.»
    Er bestaat een reeks voorspellingen, volgens welke de kloof tussen de rijke en arme delen van de wereld zich volgens de huidige trend zal vergroten.
Verbuiging
Synoniemen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen

Verwijzingen

Meer informatie