tendentie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ten·den·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘streven, strekking, neiging’ voor het eerst aangetroffen in 1672 [1]
  • Afgeleid van tendens met het achtervoegsel -ie
  • Afgeleid van het Franse tendance met het achtervoegsel -entie
enkelvoud meervoud
naamwoord tendentie tendenties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tendentie v

  1. strekking
  2. richting van een ontwikkeling
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen