trendy

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tren·dy
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen trendy trendyer trendyst
verbogen trendyste
partitief trendy's trendyers -

Bijvoeglijk naamwoord

trendy

  1. volgens de nieuwste trend
    • Het trendy meisje had iedere week weer nieuwe kleren. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /trɛndɪ/
Woordafbreking
  • tren·dy
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

trendy monbezieldmv

  1. trend; nieuwe mode
Verbuiging

Zelfstandig naamwoord

trendy

  1. nominatief meervoud van trend
  2. accusatief meervoud van trend
  3. vocatief meervoud van trend
  4. instrumentalis meervoud van trend