laser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ser
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels: laser.
enkelvoud meervoud
naamwoord laser lasers
verkleinwoord lasertje lasertjes

Zelfstandig naamwoord

laser m

  1. (optica) een lichtbron die door gestimuleerde emisie een coherente, in de regel monochromatische lichtbundel uitzendt
    • Voor veel lasers geldt dat zij ernstige beschadigingen aan de ogen kunnen veroorzaken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
laseren

laser

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laseren
    • Ik laser. 
  2. gebiedende wijs van laseren
    • Laser! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laseren
    • Laser je? 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen



Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
laser lasers

Zelfstandig naamwoord

laser

  1. (optica) laser