laser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ser
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels: laser.
enkelvoud meervoud
naamwoord laser lasers
verkleinwoord lasertje lasertjes

Zelfstandig naamwoord

laser m

  1. (optica) een lichtbron die door gestimuleerde emisie een coherente, in de regel monochromatische lichtbundel uitzendt
    Voor veel lasers geldt dat zij ernstige beschadigingen aan de ogen kunnen veroorzaken.

Werkwoord

vervoeging van
laseren

laser

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laseren
    Ik laser.
  2. gebiedende wijs van laseren
    Laser!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laseren
    Laser je?


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
laser lasers

Zelfstandig naamwoord

laser

  1. (optica) laser