tasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tas·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevoelen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tasten
tastte
getast
zwak -t volledig

Werkwoord

tasten

  1. waarnemen door aanraking
  2. door voelen onderzoeken
  3. raken of treffen (figuurlijk)
  4. de hand bewegen om iets te zoeken
  5. in onzekerheid zoeken
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
  • Iemand in zijn kruis tasten. (3)
Iemand kwetsen of voor gek zetten.
  • In het duister tasten. (4)
In onzekerheid verkeren doordat men te weinig gegevens heeft.
  • Naar de wapens tasten. (4)
  • Diep in zijn beurs, buidel, zak tasten. (4)
Ergens veel geld voor betalen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tassen

tasten

  1. meervoud verleden tijd van tassen
    • Wij tasten. 
    • Jullie tasten. 
    • Zij tasten. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen