sensor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: censor
Toerentellen met een sensor.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sen·sor
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘apparaat dat reageert op natuurkundige omstandigheden’ voor het eerst aangetroffen in 1974 [1]
  • van Engels sensor [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord sensor sensors
sensoren
verkleinwoord sensortje sensortjes

Zelfstandig naamwoord

sensor m

  1. (techniek) een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (snelheid, temperatuur enz.)
    • De microprocessor krijgt de informatie uit de signalen die de sensors afgeven. 
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • sen·sor
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van sense met het achtervoegsel -or
enkelvoud meervoud
sensor sensors

Zelfstandig naamwoord

sensor

  1. (techniek) sensor
Overerving en ontlening


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • sen·sor
enkelvoud meervoud
sensor sensores

Zelfstandig naamwoord

sensor m

  1. (techniek) sensor

Verwijzingen