stress

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stress
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stress -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stress m

  1. (medisch) (psychische) zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
    "Veel stress op werk even schadelijk als passief roken" [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. www.nu.nl