beklemming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·klem·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beklemming beklemmingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

beklemming v [1]

  1. drukkend gevoel van benauwdheid en vast te zitten
    • Blackwood Crossing speelt als een nachtmerrie: flarden herinneringen worden aan elkaar gehecht zonder logica. De visuele stijl lijkt op grote horrorgames als Bioshock, maar horror is het niet: in deze droom mag ook plezier en warmte een rol spelen. Die afwisseling is de grote kracht van de game. Beklemming maakt plaats voor warmte, in een kinderspel sluipt angst, die omslaat in verzoening. Drie uur lang gaan de emoties alle kanten op.[2] 
  2. (juridisch) het recht om voor altijd gebruik te mogen maken van de grond van iemand anders (vrijwel alleen in de provincie Groningen)
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen