benauwdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nauwd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord benauwdheid benauwdheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

benauwdheid v

  1. moeite hebben met het ademhalen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid