spade

Uit WikiWoordenboek
Spaden voor zware en lichte grond

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spa·de
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord spade spades
spaden
verkleinwoord spadetje spadetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] spade v/m

  1. (gereedschap) brede, zware schep, bedoeld voor het spitten van grond
     De spade sneed niet door de wortels heen, zoals verwacht, maar veerde keihard terug.[6]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
[B] stellend vergrotend overtreffend
onverbogen spade spader spaadst
verbogen spadere spaadste
partitief spaads spaders -

Bijvoeglijk naamwoord

spade

  1. laat

Bijvoeglijk naamwoord

[B] spade

  1. verbogen vorm van de stellende trap van spa

Werkwoord

vervoeging van
spaden

spade

  1. aanvoegende wijs van spaden

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
spade spades

Zelfstandig naamwoord

spade

  1. (gereedschap) spade
  2. (kaartspel) schoppen
    «The spade deck of cards.»
    De kaarten van de schoppenreeks.
vervoeging
onbepaalde wijs to  spade 
he/she/it  spades 
verleden tijd  spaded 
voltooid
deelwoord
 spaded 
onvoltooid
deelwoord
 spading 
gebiedende wijs  spade 

Werkwoord

spade

  1. overgankelijk delven, omspaden, omspitten, spaden, spitten