laat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laat
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Middelnedelandse late van de Germaanse stam lata. Verwant met het Gotische lats, Oudsaksische lat, Oudnoorse latr en Latijnse lassus.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen laat later laatst
verbogen late latere laatste

Bijvoeglijk naamwoord

laat

  1. na het voorziene ogenblik
  2. 's avonds, 's nachts
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord laat laten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

laat m

  1. (geschiedenis) halfvrije boer
    Een laat was oorspronkelijk een cijnsplichtige, behorend bij een bepaald domein.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. http://test.hops-research.org/all/brabants_heem_1988_XL_3_104_117.pdf

Werkwoord

vervoeging van
laten

laat

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laten
    Ik laat.
  2. gebiedende wijs van laten
    Laat!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laten
    Laat je?