registreren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gis·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
registreren
registreerde
geregistreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

registreren [2]

  1. overgankelijk vastleggen in een register
    • Zij zijn als samenwonend geregistreerd. 
  2. (meten en) vastleggen met behulp van een instrument
    • Een seismograaf registreert aardbevingen. 
  3. in de geest vastleggen
    • hij registreerde wat zich in zijn directe omgeving voordeed 
  4. de registers toepassen van (een orgel)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen