registreren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gis·tre·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
registreren
registreerde
geregistreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

registreren [2]

  1. overgankelijk vastleggen in een register
    • Zij zijn als samenwonend geregistreerd. 
  2. (meten en) vastleggen met behulp van een instrument
    • Een seismograaf registreert aardbevingen. 
    • De tocht hoort bij de langste tochten door poolvossen die ooit geregistreerd zijn. De topsnelheid van 155 kilometer per dag is volgens Fuglei de hoogste ooit gemeten. Het was vooral die hoge snelheid die de onderzoekers verbaasde. [3] 
  3. in de geest vastleggen
    • hij registreerde wat zich in zijn directe omgeving voordeed 
  4. de registers toepassen van (een orgel)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen