race
Uiterlijk
- race
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | race | races |
| verkleinwoord | raceje | racejes |
- wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen
- ▸ Zo lezen we in de officiële aankondiging het volgende: Het Olympisch Comité van Mudenlok in Engeland, heeft een extra prijs ter beschikking gesteld van 10 pond sterling [Z81 drachmes - en een fors bedrag in die tijd] voor de winnaar van de hardloopwedstrijd; dus zal de winnaar van de race naast de 100 drachmes waarin de reglementen voorzien, genoemde prijs ontvangen dankzij de vriendelijke generositeit van het Mudenlok Olympisch Comité.[2]
- ▸ Toen rechtte ze haar rug en terwijl ik me door de race heen worstelde en moeite moest doen om Mordecai bij te houden en al borstcrawlend om de laatste plek vocht, zag ik nog net hoe ze al onze bewegingen volgde.[3]
|
|
| vervoeging van |
|---|
| racen |
race
- Het woord race staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "race" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "race" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| race | races |
race
- (sport): loop, wedloop, race
- (techniek): groef of baan waarin de kogels van een kogellager lopen
- (techniek): smalle waterloop van een watermolen ect.
- ras, soort van mens of dier
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to race |
| he/she/it | races |
| verleden tijd | raced |
| voltooid deelwoord |
raced |
| onvoltooid deelwoord |
racing |
| gebiedende wijs | race |
race
- race
- Uit Middelfrans rasse “het geheel van de voorouders en nakomelingen van dezelfde familie of groep mensen” (1480), “oorsprong, afstamming” (1558), waarschijnlijk ontleend aan Italiaans razza “familie”, “diersoort” [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| race | la race | races | les races |
race v
- ↑ race (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Sport in het Engels
- Techniek in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans