waterloop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

wa·ter·loop

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterloop waterlopen
verkleinwoord waterloopje waterloopjes

Zelfstandig naamwoord

waterloop m

  1. een - min of meer - lijnvormig watervoerend object met vrij wateroppervlak
  2. het lopen of de bewegingsrichting van water
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie