racestuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • race·stuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord racestuur racesturen
verkleinwoord racestuurtje racestuurtjes

Zelfstandig naamwoord

racestuur o

  1. Een speciaal ontworpen fietsstuur voor de wielersport.

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie