racestuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • race·stuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord racestuur racesturen
verkleinwoord racestuurtje racestuurtjes

Zelfstandig naamwoord

racestuur o

  1. Een speciaal ontworpen fietsstuur voor de wielersport.

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be