racewagen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • race·wa·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord racewagen racewagens
verkleinwoord racewagentje racewagentjes

Zelfstandig naamwoord

racewagen m

  1. een auto om snelheidswedstrijden mee te rijden.


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie