Naar inhoud springen

gewrocht

Uit WikiWoordenboek
  • ge·wrocht
  • In de betekenis van ‘voortbrengsel’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1] [2]
  • vervoeging van wrochten: de stam met omvoegsel ge- -t, zonder -t omdat de stam al op -t eindigt
vervoeging van: werken…
verbogen vorm: gewrochte

gewrocht

  1. voltooid deelwoord van werken
  2. voltooid deelwoord van wrochten
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen gewrochtgewrochtergewrochtst
verbogen gewrochtegewrochteregewrochtste
partitief gewrochtsgewrochters-

gewrocht


enkelvoud meervoud
naamwoord gewrocht gewrochten
verkleinwoord gewrochtje gewrochtjes

hetgewrochto [3]

  1. voortbrengsel (van scheppende arbeid)
73 %van de Nederlanders;
66 %van de Vlamingen.[4]