coproductie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·pro·duc·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coproductie coproducties
verkleinwoord coproductietje coproductietjes

Zelfstandig naamwoord

coproductie v

  1. een gezamenlijke productie
    • De coproductie bleek een groot succes te zijn. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.