Naar inhoud springen

prikken

Uit WikiWoordenboek
  • prik·ken
  • In de betekenis van ‘steken’ voor het eerst aangetroffen in 1573 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
prikken
prikte
geprikt
zwak -t volledig

prikken

  1. een prik of steek toedienen, met een dun voorwerp doorboren
     Hij zal haar aan de muur prikken om haar aan zijn verzameling toe te voegen, en hij vergeet haar zodra hij weer een ander paar glanzende vleugels ziet.[3]
  2. een stekend gevoel veroorzaken
     Ze voelt haar nekhaartjes prikken en draait zich vlug om, omdat ze een band denkt te hebben met het huis onder het teken van de zon.[4]
     De tranen prikken achter mijn ogen.[5]
zeeprikken in een aquarium
enkelvoud meervoud
naamwoord prikken
verkleinwoord

deprikkenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord prik
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (kaaklozen) een familie Petromyzontidae op Wikispecies van kaakloze vissen (Agnatha op Wikispecies). Er zijn ongeveer 40 soorten, waarvan de meeste in zoet water leven. De mond is rond (zie afbeelding) en volwassen dieren hebben een rasptong met tandjes. Sommige soorten zuigen bloed bij andere vissen
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. "prikken" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. prikken op website: Etymologiebank.nl
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be