pierce

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pierce

Werkwoord

vervoeging van
piercen

pierce

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piercen
    • Ik pierce. 
  2. gebiedende wijs van piercen
    • Pierce! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van piercen
    • Pierce je? 
  4. aanvoegende wijs van piercen

Meer informatie