prikwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bruiswater
Uitspraak
Woordafbreking
  • prik·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord prikwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

prikwater o [1]

  1. water met daarin opgelost koolzuurgas
    • Een serveerster schenkt prikwater in de wijnglazen, haar collega wil vervolgens de bestelde wijn bíj dat water in hetzelfde glas schenken en weer een andere ober schenkt water - en dit is het moment waarop we er oprecht van overtuigd zijn dat we in Bananasplit zitten - in het al een uur eerder leeggedronken cocktailglas, dat, compleet met rietjes, plakjes aardbei en takjes kruiden, al sinds het aperitief categorisch niet is afgeruimd.[2] 
    • Maar ook het rosé-dna was de inzet van een reeks aan experimenten, naar hartenlust uitgevoerd door de Robert Schoemachers van de wijnwereld. Weinmachers dus eigenlijk. Aldus werd de wijn gemengd met prikwater, aangevuld met vruchtensapjes en zelfs voorzien van snufjes kruiderij.[3] 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool HISKE VERSPRILLE 20 OKTOBER 2015 Pressroom (4)
  3. Het Parool 16 AUGUSTUS 2008 wijn-rosado-voor-gevorderden