plots

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plots

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen plots plotser plotst
verbogen plotse plotsere plotste
partitief plots plotsers -
  1. ineens zonder vooraankondiging

Bijwoord

plots

  1. bij verrassing, opeens
    Er stond plots een olifant op de weg.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

plots mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plot

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.