complot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·plot
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse complot (met het voorvoegsel com-) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord complot complotten
verkleinwoord complotje complotjes

Zelfstandig naamwoord

complot o[2]

  1. samenwerking]] van meerdere personen om een bepaald (verboden of slecht) doel te bereiken
    - De gevallen burgemeester vermoedt een complot tegen zijn persoon.
    - Het vliegtuigongeluk van 2010, waarbij de Poolse president omkwam, voedt nog altijd allerlei complottheorieën.[3]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Roeland Termote 8 april 2016

Meer informatie