plotten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plot·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plotten
plotte
geplot
zwak -t volledig

Werkwoord

plotten

  1. de positie van een schip of vliegtuig bepalen in de vorm van coördinaten
  2. meetwaarden als coördinaten in een grafiek weergeven
  3. afdrukken van lijnafbeeldingen met een plotter