Naar inhoud springen

plakken

Uit WikiWoordenboek
  • plak·ken
  • In de betekenis van ‘(vast)kleven’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
plakken
plakte
geplakt
zwak -t volledig

plakken

  1. overgankelijk lijmen [1], vastlijmen
     Ik zet kleine stukjes tekst via plakken en knippen in Word en dan in Google Translate, waarna mijn ogen over de woorden schieten.[3]
  2. onovergankelijk ergens aan blijven kleven/vastzitten
     De waarheid zal aan je blijven plakken zoals olie aan een vogel kleeft.[4]
     Zijn woeste krullen plakken aan zijn voorhoofd en de dolk druipt in zijn hand.[4]


deplakkenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plak
     Teresa repte zich van hot naar her, steeds met een dienblad vol drankjes, vleeswaren en kazen, of plakken cake, haar vader willens en wetens ontwijkend.[5]
     Teresa repte zich van hot naar her, steeds met een dienblad vol drankjes, vleeswaren en kazen, of plakken cake, haar vader willens en wetens ontwijkend.[5]
     Lot trekt zich er weinig van aan en neemt nog een paar plakken salami.[6]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]
  1. "plakken" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. plakken op website: Etymologiebank.nl
  3. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  4. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  5. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  6. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be