plaksel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plak·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plaksel plaksels
verkleinwoord plakseltje plakseltjes

Zelfstandig naamwoord

plaksel o

  1. Lijm
  2. Werkstukjes gemaakt met plaksel
  3. Werkstukken gemaakt met knippen en plakken van internet (denigrerend).
    • Dit plaksel van Wikipedia en internet kunnen we moeilijk een zelfgeschreven werkstuk noemen!! 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.