knippen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knip·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knippen
knipte
geknipt
zwak -t volledig

Werkwoord

knippen

  1. met een schaar uitsnijden
    Wat ben jij mooie figuren aan het knippen!
  2. een klikkend geluid met de vingers maken
    Kun jij met je vingers knippen?
  3. (informatica) een bewerking waarbij een uitgekozen hoeveelheid informatie van de ene plek verwijderd wordt, meestal om haar op een andere plek te kunnen plakken
    Je mag die tabel wel uit mijn presentatie knippen.
  4. een knijpende beweging maken, in het bijzonder met het oog
    Vermoeid knipte hij met zijn ogen.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

knippen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord knip

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl