aanvraag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vraag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aanvraag aanvragen
verkleinwoord aanvraagje aanvraagjes

Zelfstandig naamwoord

aanvraag v/m [2]

  1. verzoek, vaak min of meer officieel
    • Zijn aanvraag voor een paspoort werd snel ingewilligd. 
    • De aanvraag voor de subsidie werd afgewezen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanvragen

aanvraag

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanvragen
    • ... dat ik aanvraag. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen