onderzoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderzoek onderzoeken
verkleinwoord onderzoekje onderzoekjes

Zelfstandig naamwoord

ònderzoek o

  1. het onderzoeken van iets
    Hij deed een onderzoek naar de herkomst van de Afrikaanse taal.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderzoeken

onderzóék

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderzoeken
    Ik onderzóék.
  2. gebiedende wijs van onderzoeken
    Onderzóék!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderzoeken
    Onderzóék je?

Meer informatie