onderzoek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zoek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderzoek onderzoeken
verkleinwoord onderzoekje onderzoekjes

Zelfstandig naamwoord

ònderzoek o

  1. het onderzoeken van iets
    • Hij deed een onderzoek naar de herkomst van de Afrikaanse taal. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderzoeken

onderzóék

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderzoeken
    • Ik onderzoek. 
  2. gebiedende wijs van onderzoeken
    • Onderzoek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderzoeken
    • Onderzoek je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie