Naar inhoud springen

research

Uit WikiWoordenboek
  • re·search
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘onderzoek’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1]
  • van Engels research [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord research -
verkleinwoord - -

deresearchm

  1. wetenschappelijk onderzoek
     Ik stelde me voor en vertelde dat ik tijdens de Watersnoodramp in de pastorie had gewoond en nu op het eiland was om research te doen naar mijn verleden.[3]
     Mijn digitale research naar Nicolas Arnaut, alias Nijaz Arnautovié, leerde mij dat hij inderdaad in Parijs woont, maar dat hij zweeg over zijn boerderij in Conques.[4]
vervoeging van
researchen

research

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van researchen
    • Ik research. 
  2. gebiedende wijs van researchen
    • Research! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van researchen
    • Research je? 
96 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[5]
enkelvoud meervoud
research researches

research

  1. onderzoek
vervoeging
onbepaalde wijs to  research 
he/she/it  researches 
verleden tijd  researched 
voltooid
deelwoord
 researched 
onvoltooid
deelwoord
 researching 
gebiedende wijs  research 

research

  1. onderzoeken