research

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·search
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘onderzoek’ voor het eerst aangetroffen in 1940 [1]
  • van Engels research [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord research -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

research m

  1. wetenschappelijk onderzoek

Werkwoord

vervoeging van
researchen

research

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van researchen
    • Ik research. 
  2. gebiedende wijs van researchen
    • Research! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van researchen
    • Research je? 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
research researches

Zelfstandig naamwoord

research

  1. onderzoek
vervoeging
onbepaalde wijs to research
he/she/it researches
verleden tijd researched
voltooid
deelwoord
researched
onvoltooid
deelwoord
researching
gebiedende wijs research

Werkwoord

research

  1. onderzoeken
Overerving en ontlening