onderzoeksgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zoeks·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderzoeksgeld onderzoeksgelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onderzoeksgeld o

  1. budget voor wetenschappelijk onderzoek
    • Fouchier zegt dat hij zich aan Amerikaanse overheidsregels moet houden omdat een groot deel van het onderzoeksgeld uit de Verenigde Staten komt. [1] 
    • Volgens Lohse is het een mooie opsteker voor de UT dat de naam Max Planck nu ook formeel aan de universiteit verbonden wordt: “Dat trekt toptalent uit de hele wereld aan.” De komst van het MP-center levert de vakgroep bovendien onderzoeksgeld op: een miljoen per jaar in de eerste vijf jaar, met een optie tot verlenging met nog eens vijf jaar. [2] 
    • Van het onderzoeksgeld in het hoger onderwijs is het meeste bestemd voor de medische wetenschap. 32 procent van de R&D-uitgaven gaat daarheen. De technische wetenschappen en de natuurwetenschappen zijn samen goed voor ruim 34 procent. Sociale wetenschappen als economie, sociologie en psychologie omvatten 20 procent van het budget. [3] 


Gangbaarheid


Verwijzingen