onderzoeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·zoe·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onderzoeken
onderzocht
onderzocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

onderzoeken

  1. (overgankelijk) de oorzaak of reden van iets bestuderen
  2. (overgankelijk) een onderzoek instellen
    Ik zal die zaak niet onderzoeken, dat doet een andere rechercheur.
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

onderzoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord onderzoek