Naar inhoud springen

neef

Uit WikiWoordenboek
  • neef
enkelvoud meervoud
naamwoord neef neven
verkleinwoord neefje neefjes

deneefm

  1. (familie) een zoon van iemands broer of zus; een mannelijke oomzegger
  2. (familie) een zoon van iemands oom of tante
     Dus jouw vader moet weer een neef van Regina zijn.[3]
     Een neef van mij kwam uit het kamp in Amersfoort terug en dezelfde dag maakte hij zo'n ruzie met z'n vrouw, dat hij de deur is uitgelopen en niet meer bij haar teruggekomen.[4]
  3. (familie), (verouderd) mannelijke bloedverwant in het algemeen (bijv. een kleinzoon)
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  • neef
enkelvoud meervoud
naamwoord neef neefs

neef

  1. (familie) neef (zoon van broer of zus)
  2. (familie) neef (zoon van oom of tante)