oom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oom ooms
verkleinwoord oompje oompjes

Zelfstandig naamwoord

oom m

  1. (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Synoniemen
Overerving en ontlening
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord oom ooms

Zelfstandig naamwoord

oom

  1. oom


Wolof

Zelfstandig naamwoord

oom

  1. knie