Naar inhoud springen

naakt

Uit WikiWoordenboek
  • naakt
  • In de betekenis van ‘bloot’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1]
  • [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen naaktnaakternaaktst
verbogen naaktenaakterenaaktste
partitief naaktsnaakters-

naakt

  1. zonder beharing of andere fysieke bescherming van de huid, ontkleed
     Niet iedereen op de trail stond te trappelen om in Adamskostuum op pad te gaan, maar van de zes mensen waarmee ik die nacht had gekampeerd, deden er drie naakt hun rugzak aan.[3]
     Ze hebben gesproken over samen onder één dak wonen, ze hebben elkaar naakt gezien.[4]
  2. puur, onverbloemd, zonder franje
    • De naakte waarheid, zei de revisor, is dat de naakte cijfers bewijzen dat uw uitgeverij zonder haar blootblad niet rendabel zou zijn. 
enkelvoud meervoud
naamwoord naakt naakten
verkleinwoord naaktje naaktjes

hetnaakto

  1. afbeelding van een naakte persoon of groep, inz. als kunstwerk of porno
  2. naaktheid als begrip
    • Hij is niet vies van een beetje naakt. 
vervoeging van
naken

naakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    • Jij naakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naken
    • Hij naakt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van naken
    • Naakt! 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. "naakt" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. naakt op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be