naaktstrand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naakt·strand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naaktstrand naaktstranden
verkleinwoord naaktstrandje naaktstrandjes

Zelfstandig naamwoord

naaktstrand o

  1. een strand waar het gebruikelijk en toegestaan is naakt te baden
    • We zijn vanmiddag naar het naaktstrand geweest. 
     Omdat ik nog nooit op een naaktstrand of naturistencamping was geweest, merkte ik voor het eerst hoe natuurlijk het voelt om zonder kleren door de natuur te lopen.[1]
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia