naaktheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • naakt·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord naaktheid naaktheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

naaktheid v

  1. het naakt zijn
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie