naken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naken
naakte
genaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

naken

  1. ergatief dicht naderen, te gebeuren staan
    • De morgenstond naakte en de vogels begonnen te kwetteren. 

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.