naken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘naderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naken
naakte
genaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

naken

  1. ergatief dicht naderen, te gebeuren staan
    • De morgenstond naakte en de vogels begonnen te kwetteren. 

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.

Verwijzingen