bloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
bloot

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bloot bloter blootst
verbogen blote blotere blootste
partitief bloots bloters -

Bijvoeglijk naamwoord

bloot

  1. zonder bedekking door kledij [2]
    Ze bedekte haar blote armen toen ze het koud kreeg.
  2. (juridisch) waar geen handeling aan te pas komt
    De tijd en de naburigheid zijn voorbeelden van blote rechtsfeiten.
  3. blote voeten: zonder kousen en schoenen. zeer eenvoudig
    In China had men 'blote voeten dokters.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
bloten

bloot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bloten
  2. gebiedende wijs van bloten
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl