Naar inhoud springen

beau

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Beau


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beau beaus
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de beaum

  1. man waarmee een liefdesrelatie bestaat
     Je eigen, voorheen immer thuiszittende Odile, is door de voorbije reis ontstoken in een op zich vredige reiswoede en zou heel graag met haar beau nogmaals op reis gaan, nu langs de vele vrienden in binnen- en buitenland. Er zullen wel weer mensen jaloers zijn, maar ik vind het wel aangenaam om een beetje benijd te worden.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. beau op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 januari 2023 Weblink bron
    G. L. van Lennep
    “Claire & Odile” (23 februari 1985) op nrc.nl op Wikipedia


Aroemeens

Werkwoord

beau

  1. drinken


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • beau
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   beau beaux
  vrouwelijk   belle belles

Bijvoeglijk naamwoord

beau

  1. mooi
    «Il n’y a de beau que ce qui nous semble inutile ![1]»
    Er is niets moois behalve wat ons nutteloos lijkt!
Uitdrukkingen en gezegden
  • Il fait beau.
    • Het is mooi weer.
Opmerkingen
  • Het bijvoeglijk naamwoord beau staat altijd voor zijn dominant. Als de dominant begint met een klinker of een niet-geaspireerde h, dan wordt het mannelijk enkelvoud bel.
  1. «C'est un bel homme.»
    Hij is een mooie man.

Bijwoord

beau

  1. tevergeefs, mooi
    «Non, non, j’ai beau pleurer, sa mort est résolue.[2]»
    Nee, nee, ik heb mooi huilen, zijn dood staat vast.

Verwijzingen

  1. Honoré de Balzac, Modeste Mignon (1844).
  2. Jean Racine, Andromaque (1667).