linkeroor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·ker·oor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord linkeroor linkeroren
verkleinwoord linkeroortje linkeroortjes

Zelfstandig naamwoord

linkeroor o

  1. (anatomie) het oor aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Antoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.