linkerkant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lin·ker·kant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord linkerkant linkerkanten
verkleinwoord linkerkantje linkerkantjes

Zelfstandig naamwoord

linkerkant m

  1. die zijde waar gewoonlijk het hart zit
    • Aan de linkerkant van de straat mag hier niet geparkeerd worden. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.