kulde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kul·de

Werkwoord

vervoeging van
kullen

kulde

  1. enkelvoud verleden tijd van kullen
    • Ik kulde. 
    • Jij kulde. 
    • Hij, zij, het kulde. 


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kul·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kuldi.

Zelfstandig naamwoord

kulde g

  1. koude
  2. (figuurlijk) ongevoeligheid
  3. kou
    «Folkemengden har stått i kulda i flere timer, enkelte er her for sjette dagen på rad.»
    Het volk heeft een aantal uren in de kou gestaan; sommigen zijn hier voor de zesde dag op rij.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kulde     m: kulden
v: kulda  
  kulder     kuldene  
genitief   kuldes     m: kuldens
v: kuldas  
  kulders     kuldenes  
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kul·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kuldi.

Zelfstandig naamwoord

kulde g

  1. koude
  2. (figuurlijk) ongevoeligheid
  3. kou
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kulde     v: kulda
m: kulden  
  kulder     kuldene  
genitief                
Afgeleide begrippen