charakter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pools

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

charakter m

  1. karakter
Typische woordcombinaties


Slowaaks

Uitspraak
  • IPA: /xaraktɛr/

Zelfstandig naamwoord

charakter m

  1. karakter; aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen van een voorwerp
  2. karakter; aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen van een persoon
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • cha·rak·ter
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

charakter monbezield

  1. karakter; aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen van een voorwerp
    «Nájemce je povinen vzhledem na charakter své činnosti zabezpečit si v plném rozsahu na své náklady ochranu předmětu nájmu proti krádeži a vloupání.»
    De huurder is verplicht met betrekking tot het karakter van zijn activiteit in de volle omvang op eigen kosten de bescherming van het gehuurde object tegen diefstal en inbraak te beveiligen.
  2. karakter; aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen van een persoon
    «Často nestačí mít jen pevnou vůli, píli a pevný charakter
    Vaak is het niet voldoende om alleen een sterke wil, ijver en een hard karakter te hebben.
  3. (figuurlijk) karakter; persoon met een sterk karakter
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen
  1. povaha v, typ monbezield, ráz monbezield, podstata v
  2. povaha v, nátura v, naturel m, rys monbezield
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen