geaardheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·aard·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geaardheid geaardheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geaardheid v

  1. zoals iemand nu eenmaal van nature in elkaar zit
    • In ons land zijn mannen en vrouwen gelijk voor de wet en maken we geen onderscheid naar ras, geloof of seksuele geaardheid'. Iedereen die in ons land wil wonen, moet deze waarden respecteren en naleven. [1] 
Synoniemen
  1. karakter, aard, persoonlijkheid
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016